Normprijzen gemeenten voor bouwleges 'onredelijk'
Gemeenten heffen doorgaans leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag van een bouwvergunning. De hoogte van de leges is afhankelijk van de desbetreffende bepalingen in de gemeentelijke legesverordening.
Dit verschilt dus van gemeente tot gemeente. In de praktijk blijken gemeenten hun legesverordeningen niet altijd goed op te stellen. Dit bleek onlangs weer eens uit een uitspraak van Rechtbank Breda. De betreffende gemeente had de heffingsmaatstaf in de legesverordening gesteld op het hoogste van het bedrag van de feitelijke bouwkosten en het bedrag dat voortvloeit uit de door de gemeente zelf vastgestelde normprijzen.
De rechtbank stelde vast dat de gemeente bij de berekening van de bouwleges structureel uitging van de (hogere) normprijzen, waarvan bovendien een objectieve onderbouwing ontbrak. Dit leidde naar het oordeel van de rechtbank tot een onredelijke en willekeurige belastingheffing. De rechtbank verklaarde de legesverordening daarom op dit punt onverbindend. Dit leidde ertoe dat de opgelegde aanslag bouwleges van 24.595 euro niet in stand kon blijven.
Gemeenten heffen doorgaans leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag van een bouwvergunning. De hoogte van de leges is afhankelijk van de desbetreffende bepalingen in de gemeentelijke legesverordening. Dit verschilt dus van gemeente tot gemeente. In de praktijk blijken gemeenten hun legesverordening niet altijd goed op te stellen.

