Omgaan met een faillissement (deel 2)
In het eerste deel behandelden we de procedures bij een faillissement van uw klant. In deel twee gaan we in op de de stappen die u kunt nemen wanneer uw vennootschap in de financiële problemen geraakt.
Surseance van betaling
Wanneer duidelijk wordt dat u niet langer aan uw financiële verplichtingen kunt voldoen, maar u van mening bent dat uw bedrijf voldoende levensvatbaar is om de crisis te boven te komen, dan kunt u ervoor kiezen om in plaats van een faillissement surseance (uitstel) van betaling aan te vragen bij de rechtbank.
De rechtbank zal een verzoek om voorlopige verlening van surseance altijd in behandeling nemen, en een datum vaststellen voor rechtzitting met uw schuldeisers. Tijdens deze zitting kijgt u de gelegenheid uw zaak te bepleiten voor u schuldeisers, en zullen zij stemmen over verlening van surseance. De rechtbank benoemt tevens een bewindvoerder. In de regel is dit een advocaat die ook veel als curator optreedt. De bewindvoerder onderzoekt in overleg met u of een uitstel van betaling ertoe zal leiden dat uw bedrijf op termijn weer financieel gezond zal kunnen worden en uw schuldeisers worden voldaan.Via de rechtbank kan er zelfs om een afkoelingsperiode worden verzocht. Dat betekent dat uw schuldeisers binnen een termijn van 30 of 60 dagen geen enkele actie kunnen en mogen ondernemen tot verhaal van hun vorderingen.
Als de schuldeisers instemmen met definitieve verlening van de surseance, duurt deze in de regel anderhalf jaar. De periode kan worden verlengd voor dezelfde duur. Het is ook mogelijk om gedurende de surseance, of zelfs al bij het verzoek om surseance aan uw crediteuren een akkoord aan te bieden, waarin u bijvoorbeeld aanbiedt om een deel van hun vorderingen te voldoen. Een zogenaamd buitengerechtelijk akkoord kan door de rechter niet dwingend worden opgelegd. Alle schuldeisers moeten vrijwillig meewerken en het akkoord goedkeuren. Toch lukt het regelmatig om een overeenkomst te bereiken. Het spreekt vanzelf dat ook regelingen moeten worden getroffen met bankier, fiscus en anderen, voor wie het akkoord niet geldt. De oplossingen die in zo’n geval worden gevonden, en de constructies die hierbij worden gehanteerd, zijn verwant aan die welke worden gebruikt in surseance en faillissement. Een advocaat met ruimte ervaring als curator of bewindvoerder kan hierbij als adviseur en begeleider belangrijke diensten verlenen.
De meerderheid van de surseances eindigt in een faillissement. Dat komt omdat de bewindvoerder verplicht is de rechtbank te berichten als vaststaat dat de schuldeisers geen vooruitzicht meer hebben op betaling. Er is dan geen uitstel, maar afstel van betaling. De surseance wordt dan omgezet in een faillissement. In de regel wordt de bewindvoerder ook tot curator benoemd. Het verdere verloop van zo’n faillissement staat beschreven in deel 1. Het is ook mogelijk dat de curator eraan meewerkt dat de onderneming of een onderdeel daarvan een doorstart maakt. Hierover kunt u met de curator overleg voeren.
Betalingsonmacht
Tegelijkertijd met de surseance aanvraag dient u bij de Belastingdienst u betalingsonmacht te melden. De Belastingdienst zal u alleen uitstel verlenen wanneer u hen een zekerheidsstelling biedt in de vorm van een bankgarantie, een hypotheekrecht of een persoonlijk borgstelling. Wilt u een verzoek om uitstel van betaling indienen, dan gebruikt u het formulier ‘Verzoek betalingsregeling en uitstel van betaling van belasting en/of premie voor ondernemers’. U kunt dit formulier downloaden.
De onderneming redden
Een echte ondernemer zal nooit lijdzaam toezien hoe zijn/haar noeste arbeid zonder slag of stoot ten onder gaat. Maar strijd met beleid en binnen de wet. Maakt u zich schuldig aan ‘onbehoorlijk bestuur’ dan zal de rechter zonder pardon uw zaak laten liquideren en is een doorstart uitgesloten. Bovendien kunnen uw schuldeisers en de rechter u in dat geval persoonlijk aansprakelijk stellen. Voorbeelden van onbehoorlijk bestuur zijn:
- het niet voeren van een behoorlijke boekhouding
- het aangaan van verplichtingen namens de vennootschap wanneer vaststaat dat die verplichtingen niet meer door de vennootschap kunnen worden nagekomen
- het onttrekken van zaken aan de vennootschap in het zicht van een faillissement
- het leeghalen van de vennootschap en het overhevelen van activa naar een andere vennootschap die buiten het faillissement valt




[...] deel twee gaan we in op de mogelijkheden en de procedures die gelden wanneer uw onderneming in de problemen [...]