Rapport OECD riekt naar corporatisme

Door Marnix

New-world-order?Een recente uitkomst van een studie van de Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD) roept op tot een ‘verbeterde relatie’ tussen multinationals, belastingadviseurs en belasting authoriteiten, ter bestrijding van wat zij noemen ‘aggressive tax planing’. Tax-planning.nl vindt dat een vreemde stelling.

Allereerst hebben we te maken met drie partijen, de belastingdienst, de belastingplichtige en de belastingadviseur, en elk streeft verschillende doelen na.
Het doel van de belasting authoriteiten is het binnenhalen van de wettelijk vastgestelde heffingen op diverse geldstromen gegenereerd door de belastingplichtigen. De wetgeving is complex en biedt veel manieren om de totale belastingdruk te verminderen. Soms ontstaan er hierdoor geschillen die beslecht worden in de rechtzaal. Dit leidt doorgaans tot een herdefiniëring van de wet in kwestie.

Weinig belastingplichtigen zullen met plezier belasting betalen. Geld kost immers tijd om verdiend te worden, belasting is in essentie niet zozeer inkomsten derving alswel verlies van levensuren. Daarbij is er ook nergens een wettelijk maximum voor de totale belastingdruk vastgesteld, en is het nut van de overheidsbestedingen geregeld discutabel. Het is niet meer dan logisch dat de belastingplichtige diens afdracht probeert te minimaliseren, binnen de wet of soms daarbuiten. Vanwege de complexe materie neemt men hiervoor dikwijls een adviseur aan.

Een belastingadviseur is iemand met kennis van de wet en de mogelijkheden die zij biedt om de belastingdruk te verminderen. Zij staat in dienst van de client, maar speelt geregeld een dubbelzinnige rol in het geheel. Een belastingadviseur is namelijk afhankelijk van ingewikkelde wetgeving, zo niet dan verliest zij haar bestaansrecht. Dat is bijvoorbeeld het geval bij het invoeren van een Flat-Tax, één belastingtarief voor iedereen, transparant en moeilijk te ontwijken. Zou men dit invoeren dan wordt een hele beroepsgroep in één keer overbodig.

Overheden hebben echter ook belang bij complexe wetgeving, zo zijn regeringen voortdurend op zoek naar manieren om haar inkomsten te vergroten, zonder dat zij aan populariteit moeten inboeten. Aan de andere kant spreekt de politiek zich vaak uit tegen belastingconcurrentie tussen soevereine staten, maar probeert zij heimelijk het land aantrekkelijk te houden voor de grote multinationals door middel van kleine aanpassingen.

Het is in dit speelveld dat de OECD haar rapport uitbrengt met een beroep op meer samenwerking. De ‘big four’, accountantskantoren Ernst & Young, Deloitte, Pricewaterhousecoopers en KPMG hebben al enthousiaste geluiden laten horen. Loughlin Hickey, directeur van KPMG UK, liet weten: “Deze studie is een doorbraak naar een meer gemeenschappelijke aanpak om het samenstellen van belastingwetgeving- en administratie deel te laten uitmaken van een wereldwijd beleid.” Deze opmerking ligt overigens in lijn met de nieuwe EU grondwet en een voorstel van Senator Obama voor het invoeren van een wereldwijde VN belasting.

Het rapport zelf is een aaneenschakeling van merkwaardige uitspraken, waarbij de belastingadviseur gezien wordt als een bemiddelaar, en overheden een incestueuze relatie moeten aangaan met deze beroepsgroep. De methoden die men hiervoor wil aanwenden zijn:

- registratie en regulatie, oftewel vergunningstelsels
- verplichte openheid van zaken
- strenger toezicht op het naleven van de wet, oa door:
- boetes en andere sancties

Dit alles ter bestrijding van ‘aggressive tax planning’ een begrip dat nergens wordt gedefiniëerd en kennelijk als zelf-evident dient te worden beschouwd.
Uit de voorbeelden die in het rapport gegeven worden blijkt dat men streeft naar een beleid waarbij markt-toetreding van belastingadviseurs wordt bemoeilijkt door vergunningenstelsel, een discretionaire relatie tussen adviseur en client onmogelijk is, en het niet exact naleven van de wet kan worden afgestraft met boetes of het intrekken van de vergunning.

Voorts wijst men op het belang van informatie vergaring bij het bestrijden van ‘aggressive tax-planning. Methoden hiervoor zijn bijvoorbeeld ‘rulings’; het vooraf laten toetsen van een bepaalde fiscale constructie, maar ook informatievergaring uit andere (overheids) bronnen, eventueel met uitbreiding van bevoegdheden. Daarnaast roept men overheden op onderling beter samen te werken.

Al met al schept het rapport een verontrustend beeld met in contrast een opvallend nietszeggende samenvatting. In de wereld van de onderzoekers moet er één grote club van wereldleiders en big business ontstaan die als een soort heersende klasse de (belasting) wetgeving gaat bepalen. En dat lijkt ons van tax-planning.nl op z’n zachtst gezegd niet zo’n goed idee.

Nog geen reacties.

Laat een reactie achter

*